Ondertussen in Caïro… epiloog

Caïro Airport, in afwachting van boarding…

Ik kan het niet laten. Het is een heerlijk vooruitzicht om naar huis te gaan en mijn lief weer te zien. Ondanks de lappen blog-tekst, heb ik hem nog veel te vertellen. Ik deel namelijk veel, maar niet àlles met jullie. Dat kan ik weer doen als ik 18 jaar verder ben ofzo. Het is ook een heerlijk vooruitzicht om iedereen weer te zien, thuis te zijn in mijn eigen vertrouwde omgeving… alleen zie ik vreselijk op tegen de kou. Ook ben ik gek genoeg zenuwachtig; een verandering zal zijn plek in gaan nemen in mijn leven en ik weet nog niet hoe dat er uit zal gaan zien. Spannend!

Het weggaan voelt wederom niet definitief, net zoals het weggaan uit Engeland ook nooit definitief voelt. In tegenstelling tot andere landen waar ik geweest ben, voel ik me sterk verbonden met zowel Egypte als Engeland. David Furlong heeft in zijn boek ‘The keys to the temple’ een verband gevonden tussen de mysteriën van deze twee landen. In Wiltshire, rond Avebury, heeft hij in het landschap een enorme vesica pisces ontdekt. Niet alleen zijn de afmetingen en verhoudingen te herleiden tot de grote pyramide, een belangrijke energielijn, een leylijn, verbindt deze vesica pisces met de grote pyramide zelf. Dat brengt me op de gedachte dat ik misschien wel een rol speel in die connectie en zo ja, welke. Je bedenkt wel eens wat.

Het tijdelijke avontuur in Egypte is weliswaar afgelopen, maar het avontuur van mijn leven zal voorlopig nog wel even voortgezet worden. Hoop ik.

Wordt vervolgd.

Geplaatst in Reisverslag Caïro | Tags: , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

Ondertussen in Caïro… 8

Eigenlijk is het schrijven een heel ego-centrisch proces dat zich niet laat delen met anderen, laat staan dat het proces de nabijheid van anderen tolereert; die zorgen alleen maar voor teveel afleiding en excuus om niet door te hoeven werken. Het resultaat van dit proces echter, is toegankelijk voor iedereen die daarvoor open staat. Als een golf beweging is het schrijven onderhevig aan de invloed van yin en yang. Eerst naar binnen, waarna de energie weer naar buiten kan. Een heerlijk ritme, een heerlijke cadans levert dat op; als een ademhaling of als de slagen van een marathon schaatser zo je wilt (alhoewel de ijzers weer in het vet kunnen heb ik begrepen). Vind ik althans. Dwight, een bevriend hoogleraar psychologie uit Amerika, heeft een eigen schrijvershuisje waarin hij zich terugtrekt om zich over te kunnen geven aan die cadans en de eenzaamheid van het schrijven. Tijdens een bezoek, onlangs, aan Burgers Zoo zag ik een boomhut met een bordje dat aangaf dat dit het schrijvershuisje was van Paul van Loon, de kinder-griezel-boeken schrijver. Of dat ook echt zo is of dat het een gimmick is om de fantasie van bezoekende kinderen te stimuleren, weet ik niet. Wel is duidelijk dat het helpt om je te onttrekken aan je dagelijkse omgeving -en de mensen die daar in thuishoren- en je terug te trekken om met schrijven bezig te kunnen zijn. Een publieke omgeving met mensen die voor mij anoniem zijn, werkt dan net zo goed als een schrijvershuisje. Mij is trouwens ook een schrijvershuisje beloofd, alhoewel ik onder deze omstandigheden niet meer zo zeker weet of ik er nog wel eentje wil. Ik ga liever weer een week naar Egypte! Inshalla! Wat zoveel betekent als, als God het wil. Vraag me af of hij om te kopen is.

Er is een cohort Nederlandse vrouwen gearriveerd. Niet dat het er 500 zijn, het zijn er maar 4, maar in hun bewegingen gedragen ze zich als een cohort. Ze lopen merkwaardig dicht bij elkaar, echt opvallend, beducht op onverhoedse aanvallen misschien en de gelederen blijven gesloten onderwijl, als een zwerm spreeuwen die door de lucht danst, onzichtbare regie aanwijzingen opvolgend. Hoe zij zich gedragen is niet te vergelijken met een groep, vermoedelijk, Chinese toeristen vanochtend bij het ontbijt. Die liepen luid kwetterend door de ontbijtzaal en sommigen van hen wisselden wel drie keer van tafel om zich telkens bij een ander clubje aan te sluiten. Daarna volgde een onvermijdelijke foto sessie. Op de plek van de ontbijtzaal bevond zich vroeger de veranda en ook nu nog heb je hier vandaan een grandioos zicht op de grote pyramide. Ik ga dit missen. Niet in de laatste plaats vanwege de heerlijke dingen die ik ‘s ochtends te eten heb gekregen; de foul mesdames, de falafels en de onovertroffen Egyptische linzensoep. Ik deel mijn gedachtes met Ahmet als hij mijn laatste kommetje linzensoep serveert en bij het afscheid laat hij weten dat hij de chef-kok gevraagd heeft het recept voor de linzensoep op te schrijven. Kan ik het meenemen als aandenken of, en daar hoopt Ahmet meer op, als reminder om terug te komen.

Bij binnenkomst in de ontbijtzaal vanochtend wachtte me trouwens een verrassing. Aan een tafeltje in de hoek bij het raam zie ik een markant figuur: grote man, grote baard, bril op… en mijn hart slaat een slag over. Zou het Boris Said kunnen zijn? Hij lijkt sprekend, maar ik twijfel, het is immers al weer achttien jaar geleden dat ik hem voor het laatst gezien heb en de tijd zal ongetwijfeld zijn sporen nagelaten hebben. Als hij op staat om weg te gaan, loop ik hem achterna en spreek hem aan. Ik bedoel, deze twijfel wil ik niet laten bestaan. ‘Boris?’, zeg ik. De man draait zich om, glimlacht en ontkent dat hij Boris heet. ‘Boris who?’, zegt hij vervolgens. ‘Boris Said’ verklaar ik. En zijn glimlach verbreedt zich. Het blijkt John Anthony West te zijn, vermaard onderzoeker van de Egyptische mysteriën, schrijver en compagnon van Boris. Zij hebben jarenlang samengewerkt. Onder andere hebben zij zich bezig gehouden met onderzoek naar de Sphinx. John Anthony, die ik destijds ook al eens ontmoet heb, heb ik niet als zodanig herkend, maar hij verklaart dat doordat hij denkt dat Boris, die tien jaar geleden overleden is, nu ook een beetje in hem zit. Het spijt me om te horen dat Boris is overleden. Ook al, maar wat een merkwaardig toeval weer om nu juist John Anthony hier tegen het lijf te lopen. Het los bungelende draadje -of dit laagje van de ui- met Boris’ naam erop is nu ook vastgeknoopt en af gepeld.

De ui schijnt mensen bezig te houden, want ik kreeg een aantal reacties op het gebruik van deze metafoor. Deze volgende is bijzonder mooi en wil ik je niet onthouden: ‘Tijdens de spirituele zoektocht gelooft het ego dat het, net als bij een ui, lagen van zichzelf moet wegpellen om zo bij zijn ware versie uit te komen. Als we spiritueel rijp zijn, dan realiseren we ons dat we nooit een ui zijn geweest. Die ui was een droom.’ Een uitspraak van Scott Kiloby, met dank aan Monique! Ik ben ook geen ui, ook geen ei dankuwel, vandaar dat ik ook op zoek was naar een alternatieve metafoor om het proces van transformatie te beschrijven dat zich voltrekt en waaraan we allemaal op zijn tijd worden blootgesteld. Als we dat willen althans. Ik schreef het al eerder: Ondertussen worden langzaamaan de losse eindjes aan elkaar geknoopt en ontmoet het verleden de toekomst in het heden. In mij. Het was er altijd al. Dat wat komen gaat is er nu ook al, waardoor de vraagtekens verdwijnen en de uitroeptekens wegvallen. Wat overeind blijft is de punt, de essentie, de kern van het hele zooitje. Misschien vormen die losse eindjes eenmaal aan elkaar geknoopt wel een mooi tapijt; een vliegend tapijt, dat me overal brengt waar ik wil zijn en me in staat stelt de wereld van bovenaf te aanschouwen op momenten dat ik daar behoefte aan heb. Met die gedachte ga ik terug naar Nederland om me weer te wijden aan het heden.

Geplaatst in Reisverslag Caïro | Tags: , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Ondertussen in Caïro… 7

Op het terrein van het hotel, dat behoorlijk uitgestrekt is, rijden golfkarretjes rond om de bagage en andere zaken te vervoeren. Soms wordt ik ingehaald door zo’n karretje en wordt gevraag of ik mee wil rijden. Gisterenavond ontdekte ik tijdens zo’n ritje een hilarische tekst: ‘Rolling over or falling out may cause serious injury of death’. Toch even over nadenken voor ik besluit uit het karretje te rollen.

Ondertussen is het verblijf in deze luxe omgeving -het Mena House Oberoi is echt een heel posh hotel- een feest voor de zinnen. Dit van oorsprong door het Engelse echtpaar Ethel en Hugh F. Locke-King gebouwde hotel, opende zijn deuren in 1886. De naam is ontleend aan de eerste Egyptische koning, Mena. Het hotel is in de loop der decennia uitgegroeid tot een ‘place to see and to been seen’. Het oorspronkelijke ontwerp wordt nog steeds in ere gehouden en verenigt in zich een hang naar luxe met de uitstraling van een oriëntaals paleis. Het is een adembenemend gebouw. Hier zaten vroeger de Engelse happy-few op de veranda onder het genot van een kopje echte Engelse thee, te genieten van het uitzicht op de pyramides. Nog steeds komen de groten der aarde hier om te overwinteren, te confereren of elkaar te ontmoeten. Tot de gasten behoren president Jimmy Carter, Roger Moore, Bill Clinton, Jane Fonda, Angela Merkel om maar een paar te noemen. Ook schrijvers als Sir Arthur Conan Doyle wisten op deze bijzondere plek inspiratie te vinden voor hun boeken. Harry Mulisch heeft zelfs de hoofdfiguur uit ‘de Procedure’, Victor Werker, een tijd in het hotel laten verblijven. Ik bevind me in goed gezelschap! Het hele hotel ademt een sfeer van een sprookje uit 1000-en-1-nacht en om eerlijk te bekennen heb ik al eens stiekem over een van de koperen lampjes gewreven om te kijken of er niet per ongeluk een ‘gini’ in verborgen zat.

Vanmiddag kwam ik terug op mijn kamer om daar blij verrast te worden door de aanblik van een vaas met prachtige bloemen. Voor alle duidelijkheid; er stond al wel een vaasje met een bloem op de salontafel, maar dit is een bòs! Voor Egyptische begrippen wel te verstaan, want snij-bloemen zoals wij die kennen zijn hier een zeldzaamheid. Naast de bloemen tref ik een schaaltje met koekjes en bonbons en een kaartje ‘with compliments of the manager’. Het is ècht een sprookjeshotel met magische krachten. Ik word hier zowaar behandeld als de Queen of Sheba herself. Je kunt je voorstellen dat de glimlach op mijn gezicht gebrand staat en niet makkelijk meer weg te poetsen valt. Wat ben ik toch gevoelig voor dit soort vleierijen en complimenten. Maar ja, wie is dat niet? Het is gewoon genieten als een paar prachtige bloemen en een schaaltje lekkers op je wachten. Het betreft overigens niet alleen de esthetische aanblik van die bloemen of bonbons, maar het is ook de vriendelijkheid van het gebaar die me raakt. Daar kunnen we in Nederland met onze directe bruuskheid nog wat van leren. Het genot van het zien van iets moois maakt blij. Het opent het hart en stemt daardoor vriendelijk. Zo word ik ook altijd blij van de briefjes die Saskia na een dag werken voor me achterlaat. Niet om de boodschap, die maant soms tot handelen waar ik geen zin in heb, maar om haar handschrift. Ze schrijft in een jaloers makende, vloeiende beweging die een en al gratie en sierlijkheid doet vermoeden. Het maakt wel degelijk uit met wie en wat we ons omringen. In de interactie die vervolgens ontstaat gebeurt namelijk iets interessants; de schoonheid van de spullen en mensen waarmee we ons omringen of van de omgeving waarin we ons bevinden, helpt ons die schoonheid in onszelf te ontdekken en herinneren, her-inneren; het je opnieuw innerlijk maken. Dat gegeven maakt een belangrijk onderdeel uit van de werking van deze inspirerende omgeving. Ach ja, ik heb natuurlijk ook een goed excuus. Het boek waar ik aan werk gaat tenslotte niet voor niets over opruimen, dus ook over het -tijdelijk- opruimen van de dagelijkse besognes en stress. Dat lukt aardig, als een ui die afgepeld wordt. Waarom wordt overigens altijd een ui gebruikt als metafoor voor het afpellen van verschillende laagjes? Van een ui schieten je immers de tranen in de ogen. Wat laat zich nog meer laag-voor-laag afpellen zonder je tot tranen te bewegen? Of zijn die tranen juist onlosmakelijk verbonden met het afleggen van de lagen die de ware kern verhullen? Een venkelknol heeft laagjes, maar die pel je niet af, een sinaasappel pel je af maar heeft geen laagjes. Tja, en het afpellen van een krop sla leidt tot weinig verheffende gedachtes. Dan liever, om bij de verrassing op mijn kamer te blijven, een bonbon in een mooi papiertje. Mij schiet een Sinterklaas-surprise te binnen die ik ooit voor mijn vader heb gemaakt: een rollade gemaakt van allemaal laagjes met buisman en water ingesmeerde watten, gewikkeld om een jampot waarin het eigenlijke kadootje verborgen zat. De buisman in combinatie met de zorgvuldig geknoopte touwtjes, gaf een levensecht effect, maar ook een behoorlijk gedoe om bij het echte kadootje te komen. Dat was ook een hele afpel-excercitie. Het terug zijn in Egypte heeft bij mij een proces van het ontdoen van laagjes op gang gebracht, waardoor ik gebeurtenissen en ervaringen uit het verleden vanuit een ander perspectief kan bezien.

Ach ja, voor wie zich afvraagt waar Joseph-Mark gebleven is… Hij was niet alleen op reis maar had een cliënt onder zijn hoede die ik in mijn verhaal verder buiten beschouwing heb gelaten, maar met wie hij is doorgereisd naar andere plekken in Egypte. We zullen elkaar ongetwijfeld deze zomer weer ontmoeten in Engeland. Of elders en eerder als dat de bedoeling is.

Ondertussen heerst thuis in Nederland de elfstedentochtkoorts -mooi scrabble woord- en zijn hier in Caïro de verhitte revolutionaire gemoederen nog steeds niet tot bedaren gekomen. Mensen en hun emoties… het lijkt zich als een rode draad door dit verblijf in Egypte te weven. Er wordt een kraal van hartstocht naast een van woede en een van vriendelijkheid geregen. Dan volgt er nog een van weemoed en aansluitend in van verdriet, om te besluiten met een aantal pareltjes van blijdschap en liefde. Hoe kostbaar is zo’n persoonlijk sieraad voor de drager. Een Amerikaans onderzoeker heeft eens uitgezocht hoeveel woorden er bestaan om iemands karaktereigenschappen te omschrijven. Dat zijn er, in het Amerikaans-Engels weliswaar, meer dan 4500! Ongetwijfeld zijn er evenzoveel woorden te vinden om emoties te omschrijven. Heel wat kraaltjes aan de ketting.

Een van de laagjes die ik moet afpellen draagt de naam van Hakim. Zijn volledige naam is Abd’el Hakim Awyan en hij wordt gezien als een indigenous wisdom-keeper maar was daarnaast ook Egyptoloog en archeoloog. Een heel bijzondere man. Mijn eerste kennismaking met hem was toen ik voor het eerst alleen voet zette in Nazlet El-Samman en zonder me daar bewust van te zijn, zijn huis passeerde. Plotseling hing er een man over de reling van zijn balkon en riep naar beneden, naar mij: “Nina, I’ve been waiting for you!” We hadden elkaar op dat moment nog nooit ontmoet. Jawel, de magie voltrekt zich niet alleen in het hotel. Ik was op zijn zachtst gezegd verbaasd over wat er gebeurde. Tijdens mijn verblijf in het dorp, dat langer duurde dan een ‘gewone’ vakantie, ging ik elke ochtend vroeg op pad om naar Hakim te gaan. Op zijn balkon, vanwaar hij alle bewegingen in het dorp nauwlettend in de gaten kon houden, zaten we samen te ontbijten. Vers pita-brood, niet van die flauwe broodjes die je voorverpakt in Nederland kunt kopen, maar vers gebakken en op de stoeprand gedroogd. Daarbij verse geitenkaas en sloten sterke, zoete thee uit een enorme ketel. Hakim was een prachtige man ondanks zijn hoge leeftijd en dat wist hij ook donders goed. Er werd van hem verteld dat hij er een schare vrouwelijke bewonderaars op na hield, niet in de laatste plaats omdat hij ook een erg sensuele man zou zijn. Het heeft in ieder geval een flink aantal nakomelingen opgeleverd. Ik was, zo zei hij, een ander kind van hem en mij wilde hij inwijden in zijn kennis, wat hij vervolgens elke ochtend deed. Over uien pellen gesproken… dit is een pijnlijk laagje. Het brengt verdriet en spijt naar boven. Nog meer kralen aan mijn ketting. Ik heb vreselijk veel van Hakim geleerd, maar ik heb hem achter moeten laten en mijn scholing bij hem niet afgemaakt, omdat ik koos voor mijn man en kinderen. En nu is hij dood.

 

Geplaatst in Reisverslag Caïro | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Ondertussen in Caïro… 6

Het is prettig om in de lobby van het hotel, een publieke plek, te zitten schrijven. De voortdurende buzz van komende en gaande mensen om me heen werkt kalmerend en rustgevend. Het helpt me gek genoeg om te focussen. Het is ook inspirerend; al die mensen met hun bagage, hun levens, hun verhalen en ik zit hier het mijne te schrijven. Menigeen krijgt onder deze omstandigheden geen letter op papier, maar mij helpt de aanwezigheid van het leven om als waarnemer daarvan, en tegelijk ook van mijzelf, te schrijven over wat me bezighoudt. De aanwezigheid van al die mensen werkt namelijk zeer relativerend.

De man naast me belt naar huis en toont in onverstaanbaar Duits zijn blijdschap bij het horen van de stem van een bekende, zijn geliefde misschien wel. Mijn lief belde mij, toen hij ‘s ochtends vroeg -althans voor mij- op de Grote Muur in China stond en ook toen hij de mijlpaal van zijn pelgrimstocht bereikt had: het plein voor de kathedraal van Santiago de Compostella. Emotionele momenten die je wilt delen met degene die je lief is. Helaas -of gelukkig!- heb je in de pyramide geen bereik. Hmm, ja, gelukkig maar. Al dat gebel zou trouwens een kostbare aangelegenheid worden. Dan is het bijhouden van dit blog eenvoudiger, goedkoper en doeltreffender. Ik kan immers veel meer vertellen dan in het korte bestek van een telefoongesprek. Ook al schrijf ik het eigenlijk voor mijn lief, als je dit nu leest en er van kunt genieten, ben je me net zo lief.

Soms kan de buzz van de aanwezigheid van anderen ook teveel zijn van het goede. Een klein gezelschap uit Engeland strijkt naast mij neer en een van de dames voert nadrukkelijk en luid de boventoon. Het irriteert enigszins en dat terwijl boventonen er juist voor bedoeld zijn om je in contact te brengen met het hemelse. Ah, ja, natuurlijk! Dàt is wat ze doet. Ze wil ons in contact brengen met dat wat voor haar hemels is en haar in vervoering brengt. Begrip doet wonderen :-) ) Ik vraag me af wat Ghandi daarover heeft gezegd. Ik realiseer me dat begrip hebben voor een situatie iets is dat ik nog nadrukkelijker aan mijn Feng Shui studenten moet overbrengen.

Hoezeer is alles toch met elkaar verbonden. Door aan mijn Feng Shui studenten te denken realiseer ik me dat de buzz van mensen om me heen te vergelijken is met de stroom van leven. Vertaald in Feng Shui termen praat je dan over het element water en dàt nu is op zijn beurt het element dat het element hout voedt. Mijn element! Geen wonder dat de woorden en ideeën in zo’n omgeving in een onafgebroken stroom aan mij ontspruiten, als de loten aan een boom.

De pianist van het trio overigens, laat elke avond op zich wachten. Terwijl de fluitist en violist zijn komst afwachten op een bankje bij de toiletten, schittert hij door afwezigheid. Het voelt, in combinatie met zijn gefriemel rond de noten, als de arrogantie van de macht; zonder hem is het trio immers geen trio. Een blog dat ik net gelezen heb, haakt hier op in alhoewel het betrekking heeft op iets totaal anders dan muziek, namelijk op bouwen. Iemand schrijft daarin dat hij vindt dat het klantgericht bouwen onzin is en dat de aandacht niet daar op gericht moet zijn, maar op het verbeteren van processen in de bouw. Dat laatste is ongetwijfeld ook waar, maar het geen oog hebben -en daarmee geen begrip tonen- voor wat de klant wil, is arrogantie van de macht van de bovenste plank. Wij draaien en bepalen, of u nu vraagt of niet. Alsof Mao terug is. Wat zou de wereld er toch anders uitzien als de bouwwereld tot het inzicht zou kunnen komen dat de identiteit van mensen voor een belangrijk deel bepaald wordt door de omgeving waarin ze zich bevinden en de invloed die ze op die omgeving kunnen uitoefenen. Een super-exponent van de arrogantie van de macht waar ik hier in Egypte kennis mee heb mogen maken, is Zahi Hawass. Ik heb hem al eerder genoemd, maar mijn ontmoeting met hem was er een van het bijzondere soort. Zahi had destijds zijn kantoor in een gebouw op het plateau van Giza zelf, vlak bij de grote pyramide. Omgeven door een hofhouding hield hij daar zitting en iedereen die ook maar iets wilde op het plateau moest zich bij hem vervoegen. Mijn reisgezelschap destijds en ik wilden graag permissie om een aantal plekken van het plateau te betreden waar normaal geen mensen mochten komen. Fergany raadde ons aan zelf bij Zahi om toestemming te vragen of, beter gezegd, hij raadde ons aan dat ik dat het beste kon doen. Zahi, in zijn ego-strelende hoedanigheid van een Indiana Jones -inclusief hoed- op een kameel, was namelijk zeer gecharmeerd van vrouwelijk schoon dat hij, mits zij minzaam terug glimlachten, niets kon weigeren. Zo geschiedde. Na een paar uur wachten in zijn domicilie op het plateau, werd ons permissie gegund en zowaar een gids toegewezen die ons, zo werd ons verzekerd, niets zou weigeren en ons overal toegang toe zou verschaffen. Zahi heeft niet altijd ware dingen gezegd, maar dit bleek te kloppen. Met hoeveel arrogantie hij echter is omgegaan met de dingen die wij met hem gedeeld hebben bleek later toen hij in 1999 verkondigde om de zogenaamde Osiris-shaft te gaan onderzoeken. Om dit te doen, beweerde hij, moest deze diepe put die uit drie verdiepingen bestaat, eerst leeggepompt worden en oh, wat een verrassing, hij vond beneden een grote, granieten sarcofaag. Typisch, in 1995 ben ik, samen met mijn reisgenoot, al in deze put geweest en hebben wij Zahi verteld van de sarcofaag. Overigens hebben we onze exploratie van deze put met droge voeten kunnen uitvoeren en beschikken we over een prachtige foto-reportage, mocht iemand twijfelen aan mijn woorden. Tja, en nu heeft Zahi dus het veld moeten ruimen. Ongetwijfeld is hij ooit met goede bedoelingen aan zijn baan begonnen. Maar een verblijf in een kantoortje op een plateau dat uitziet over de hele gigantische stad Caïro, aan de voet van een van de zeven wereldwonderen die onder zijn hoede valt, kan misschien ook teveel van het goede zijn geweest. Wie zou daar niet van naast zijn schoenen gaan lopen en er een machtig gevoel van krijgen. Als zo’n situatie maar lang genoeg voort duurt wordt vanzelf het adagium dat macht corrumpeert bewaarheid. Helaas. It’s still men that rule the world, maar ik vraag me af voor hoe lang nog.

Geplaatst in Reisverslag Caïro | Tags: , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Ondertussen in Caïro… 5

De zonsondergang helpt, het kalmeert, brengt rust en laat bij mij het inzicht ontstaan dat we een belangrijk instrument hebben ingezet in de pyramide. We hebben de irritatie van de opgewonden man niet persoonlijk opgevat, we zijn de (macht)strijd niet aangegaan en uiteindelijk hebben we Fergany er ook vanaf kunnen brengen om het tè hoog op te laten lopen zonder zijn trots en ego te krenken. Sleutelwoord is begrip; voor het opgewonden standje in de pyramide en voor Fergany en zijn uitbarsting. Zou begrip te vergelijken zijn met erkenning? En is dat de reden waarom het gemoederen kan bedaren zonder iemand het gevoel te geven dat hij te kort gedaan of de situatie gebagatelliseerd wordt?

Ondertussen dwaalt mijn blik over de zee van zand met zijn bewegingloze golven in een eindeloze stilstand. Zo voelt het. Ongerept is het echter niet. Iemand is ooit op het briljante idee gekomen het hele plateau van Giza af te grendelen met een hek. Als een litteken naait een metershoog metalen hek op een betonnen fundament twee zandvlaktes aan elkaar, die voor de komst van het hek zich niet bewust waren van hun afgescheiden zijn. Zo ver het oog reikt strekt het hek zich uit. In het dorpje Nazlet El-Samman, waar Fergany zijn thuis heeft, aan de voet van de Sphinx en het plateau, heeft het hek de vorm aangenomen van een betonnen muur. Wij doen ons best die dingen neer te halen en grenzen te beslechten en hier en in het Midden-Oosten worden ze juist opgericht. Territorium gedrag om er beter van te worden, want door het hek te plaatsen wordt tevens een toegang gedefinieerd en dààr kun je dan weer kaartjes verkopen aan hen die graag door het hek willen. Het voelt een beetje als zakjes frisse lucht verkopen aan mijnwerkers onder de grond.

Bij navraag blijkt dit konijn uit de hoge hoed van Zahi Hawass te zijn getoverd. Zahi was jaren de charismatische ‘head of the antiquities department’ en in die hoedanigheid verantwoordelijk voor het beschermen en veilig stellen van de oudheidkundige schatten die Egypte rijk is. Kort voor de val van Mubarak benoemde deze Hawass nog tot minister in zijn kabinet, maar na maanden van kritiek is Hawass in juli afgelopen jaar ontslagen. Het is nogal ironisch dat juist deze man dit veilig achter een hek opsluiten van de pyramides bedacht heeft omdat genoegzaam bekend is dat hij zijn welvarende leven mede te danken heeft aan ‘welwillende betrokkenheid’ bij het van een nieuwe eigenaar voorzien van diezelfde oudheidkundige schatten die hij als persoonlijk eigendom beschouwde. Hawass heeft ook altijd ernstig zijn best gedaan tegenstanders van zijn bevindingen de mond te snoeren en vondsten voornamelijk ter meerdere eer en glorie van zichzelf te gebruiken. Hoezo beschermen van cultureel eigendom. Met gevaar voor eigen leven heeft hij echter het veld moeten ruimen waarna Zahi met de noorderzon is vertrokken, alhoewel hij niet ver weg kan zijn omdat hij een reisverbod heeft en het land niet kan verlaten.

Maar goed, enige bescherming van de heiligdommen tegen de al te avontuurlijke onderzoekers, waartoe ik ook heb behoord, is niet verkeerd natuurlijk. Helaas is daarmee een einde gekomen aan de romantiek van in het donker rondsluipen op het plateau, om tussen de poten van de Sphinx te gaan mediteren. Het haalt een herinnering boven van een hilarische situatie waarbij midden in de nacht een groep van pakweg twintig in het wit (!) geklede mensen over het plateau kropen, op weg naar de Sphinx. Het was een onvergetelijke ervaring! Nu verhindert het hek een dergelijke exploratie drift en dat is best jammer.

Deze ‘trip back on memorylane’ stemt zo nu en dan weemoedig en de intensiteit van de gebeurtenissen die zo lang geleden hebben plaatsgevonden, wordt hierdoor in een ander perspectief geplaatst. Hoe bepalend zijn die gebeurtenissen geweest voor het verdere verloop van mijn leven. Hoe ongekend is hun impact geweest. Dat plaatst het thema ‘opruimen’ nog weer in een ander daglicht. Ik realiseer me dat op vele niveau’s de ervaringen van destijds zijn verwerkt en geïntegreerd, maar nog niet op àlle. Er zweven nog wat losse emotionele eindjes rond in mijn systeem die om begrip en erkenning vragen en om aanknoping bij de grote lijnen van mijn geheel. He, waar heb ik dat eerder meegemaakt vandaag.

Geplaatst in Reisverslag Caïro | Tags: , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

Ondertussen in Caïro… 4

In de basis zijn wij mensen toch allemaal gelijk. Ok, de een is tien of twintig centimeter groter of breder dan de ander, maar we hebben allemaal behoefte aan een paar fundamentele zaken. Zoals elke dag eten, liefst ook een beetje lekker, prettige en schone kleding, een plek om je terug te kunnen trekken en veilig en beschermd te zijn tegen weersinvloeden en dergelijke. Maar bovenal voelen we de behoefte gelukkig te zijn. Tja, en daar begint het gedonder, want zijn de eerder genoemde behoeftes in de basis min of meer gelijk en derhalve op min of meer gelijke wijze te vervullen zoals het communisme heeft laten zien, geluk is een ervaringsbehoefte die vooral intern beleefd wordt en afhankelijk is van eigen verwachtingen, percepties, aannames, denkbeelden en projecties. Het is zo zichtbaar hier in het hotel tijdens het ontbijt: de een geniet van zijn scrambled eggs, de ander van zijn foul medammis, maar we delen het genoegen te genieten van een lekker ontbijt. Ieder aan zijn eigen tafeltje, dat weer wel. We genieten ook allemaal van een dartelende groep kinderen afkomstig van twee gezinnen die gezamenlijk het ontbijt nuttigen. Vijf meisjes, in leeftijd niet veel van elkaar verschillend, rennen vrolijk lachend achter elkaar aan in de tuin. Om me heen kijkend zie ik dat de meesten zich het geluk van de ouders kunnen voorstellen bij deze aanblik. Tegelijkertijd, niet zo ver hier vandaan, is het oorlog op het Tahrirplein. Er wordt gescandeerd, met stenen gegooid, een complete betonnen muur om het gebouw van het ministerie van binnenlandse zaken is gesloopt en de sfeer is daar ronduit grimmig. Er zijn inmiddels 9 doden gevallen en meer dan 2500 mensen gewond geraakt. Mensen zijn in afwachting van het ingrijpen door het leger dat ongetwijfeld tot nog meer doden en gewonden zal leiden. Het geluk is dààr ver te zoeken, maar wel mede oorzaak van de onrust. De mensen willen een situatie waarin ze niet gelukkig waren -of dachten te zijn- veranderen en aanpassen aan de eigen wensen. Het levert een lastig conflict op want waar het geluk en de vrijheid van de een begint, eindigt dat van de ander als je niet oppast. We ervaren het ook in de pyramide.

Fergany heeft ons opgehaald en onder luidt geclaxoneer -heel normaal in Egypte- rijden we het plateau van Giza op. Volgens mij zijn de voorwaarden om een Egyptisch rijbewijs te ontvangen dat je over het vermogen beschikt om met je ogen dicht te kunnen rijden, dat je dus ook blindelings de claxon weet te vinden en dat je over een onverschrokkenheid beschikt waar menig kruisridder zijn petje voor af zou nemen. Enfin, met veel misbaar gaat Fergany, die zichzelf niet voor niets Man of the Pyramids noemt, ons voor naar de ingang. Binnen hangt een atmosfeer van zweterige benauwdheid die, in combinatie met de krappe ruimte en de gebrekkige verlichting, menigeen tot een claustrofobisch hoogtepunt kan leiden. Ik heb er geen last van en gedraag me als een Varta-konijn die net voorzien is van een nieuwe batterij. Joseph-Mark vraagt of we bezig zijn met een Dutch-rallye; ik was hem even helemaal vergeten! en pas mijn tempo aan. We klimmen de grote galerij omhoog tot we bovenaan op een klein platform komen dat bekend staat als de Grote Drempel en vervaardigd is uit één groot brok graniet. Deze drempel geeft toegang tot de Ante-chambre, een kleine ruimte die het voorportaal vormt van de Koningskamer. Op de Grote Drempel vertel ik Joseph-Mark over de nacht die ik hier een keer doorgebracht heb, alleen, mediterend op deze Grote Drempel, op een klein kaarsje na in volledige duisternis gehuld. Hij vraag zich af hoe ik dat voor elkaar heb gekregen en eerlijk gezegd zou ik dat niet meer weten. Het was een bijzondere ervaring, het was eigenlijk een aaneenschakeling van bijzondere ervaringen in een reeks aaneengeschakelde reizen naar dit bijzondere land. Binnen in de Koningskamer treffen we een man die meteen op ons af komt en moeilijk doet, nog voor we ook maar iets ‘geks’ hebben gedaan. Het zal wel met ons ‘alternatieve’ uiterlijk te maken hebben, of misschien dragen we een verkeerde geur bij ons, ik weet het niet. In ieder roept hij voortdurend buitengewoon opgewonden dat we niet mogen bidden, niet mogen zingen, niet mogen gaan zitten, kortom we mogen niets eigenlijk. Joseph-Mark tracht de man uit te leggen dat hij niet bidt maar zingt en onderwijl loop ik een rondje door de kamer heen om te proberen de energie wat te stabiliseren. Gelukkig zijn Egyptische mannen als de dood om de blote arm van een Westerse vrouw aan te raken, wat de man weinig anders over laat dan met een opgeheven vinger achter mij aan te lopen, ondertussen voortdurend van zijn apropos gebracht door het vrolijke gebabbel van Joseph-Mark die uitlegt dat hij eigenlijk een menselijk muziekinstrument is, “hoor maar” waarna prachtige tonen uit zijn mond rollen. De opgewonden man -hij is geen guard, die zien er anders uit- wordt tot opperste wanhoop gedreven. Uiteindelijk verlaat hij de kamer en ik neem de kans waar om in de granieten sarcofaag te gaan liggen. Dat is natuurlijk vragen om nog meer opwinding en als ik uit de sarcofaag stap, eist hij bakshis, hij wil geld. Om van het gezeur af te zijn geef ik hem vier euro, maar dat levert alleen nog maar meer gekrakeel op. Dit heb ik echt nog nooit meegemaakt! Ondertussen zijn er nog meer mensen de Koningskamer binnen gekomen en we besluiten buiten op de Grote Drempel even te wachten om hen ruimte te geven. Het opgewonden standje loopt met ons mee en als we even later terug de kamer in willen, verhindert hij dat. Waarschijnlijk is dit een geval van slecht geslapen, in combinatie met niet verteerde fafa-bonen en een fout vallende astrologische combinatie in zijn horoscoop. Het is tergend en ik neem mijn toevlucht tot mijn beschermengel, Fergany. Bij het noemen van zijn naam, bindt het heethoofd in, hij geeft me zelfs mijn geld terug uit het besef dat het absoluut not done is toeristen geld af te troggelen terwijl ze al een duur entreekaartje voor zowel toegang tot het plateau van Giza als de pyramide zelf hebben moeten betalen. Desondanks blijft hij ook onverzettelijk en mogen we van hem de Koningskamer niet meer in. Als Joseph-Mark en ik elkaar aankijken voelen we hetzelfde; we gaan niet in gevecht, we kiezen de weg van de Sufi. We gaan. Buiten echter verbaast Fergany zich erover dat we al terug zijn en na onze uitleg van het gebeurde binnen in de pyramide, krijgen we een mini Tahrir-situatie. Fergany ontploft! Foeterend en tierend maakt hij enkele gezagsdragers duidelijk wat hij van de situatie vindt. Ik versta geen Arabisch, maar de strekking van de boodschap is overduidelijk. Niet alleen voelt hij zich verantwoordelijk voor mij en voelt hij zich daarin tekort geschoten; zijn woede heeft betrekking op de ontegenzeggelijke kortzichtigheid van veel Egytenaren die hun land en de schatten die het herbergt vanuit eigenbelang verkwanselen voor wat bakshis, waardoor ze heel het land, heel het volk in een verkeerd daglicht plaatsen. Pfff, ik stel voor dat we de woestijn in gaan om naar de zonsondergang te kijken zodat ik even kan nadenken over wat er hier nu precies gebeurd is….

Geplaatst in Reisverslag Caïro | Tags: , , , , , , , , , , | 1 reactie

Ondertussen in Caïro… 3

Ondertussen worden langzaamaan de losse eindjes aan elkaar geknoopt en ontmoet het verleden de toekomst in het heden. In mij. Het was er altijd al. Dat wat komen gaat is er nu ook al, waardoor de vraagtekens verdwijnen en de uitroeptekens wegvallen. Wat overeind blijft is de punt, de essentie, de kern van het hele zooitje. Samengebald in dat wat was en nooit zal zijn, en dat wat ooit zou zijn en nu is. Ik moet denken aan Paulo Coelho en onze ontmoeting, ooit, zonder woorden. Zijn boeken hebben hem bij zichzelf gebracht schrijft hij in Aleph, als een door woorden gevormde reddingslijn die je terugbrengt naar je bron. Ik ervaar hetzelfde. De stappen die in het verleden zijn gezet en die aanvankelijk alleen leidden naar vraagtekens, krijgen pas zin in de toekomst als duidelijk wordt waartoe ze hebben geleid en de vraagtekens overbodig zijn geworden. Die ontmoeting manifesteert zich altijd in het nu. Gisteren was vandaag morgen. Dit is deels het werk van de magie van de pyramide die altijd in het nu is, al eeuwenlang.

De onrust en de sfeer van revolutie die momenteel de straten van Caïro beheerst, reflecteert de onrust in mij. Zowel de onrust die ik voelde vlak voor vertrek, als die die ik voel nu ik hier ben. Ik herken het; dezelfde onrust die 18 jaar geleden de aanzet was om voor het eerst naar Egypte te gaan. Twee Nine Star Ki cycli later herhaalt zich iets, ik herken het patroon, alleen zijn de omstandigheden anders. Beduidend anders. Ouder, wijzer -hoop ik- en me meer bewust van de valkuilen die een verblijf in Egypte met zich mee kan brengen. Ik heb het bedenkelijke genoegen mogen smaken mee te maken dat een reisgenoot tijdens haar verblijf in Egypte naar huis belde om haar man te vertellen dat het vanaf nu allemaal anders moest en ze wilde scheiden. Hilarisch droevig. Anita van der Meer heeft er een mooi boek over geschreven de Uitverkorenen waarin dit soort valkuilen beschreven worden in de vorm van een reisverslag van een groep op spirituele zoektocht. Een groep waar ik ook deel van uit heb gemaakt. De geschiedenis herhaalt zich. Het voelt als een bizar plan van het universum waarvan het beoogde doel me op dit moment volledig ontgaat.

Zo, genoeg gepingel van het trio, tijd om naar mijn kamer terug te gaan. Ik pak mijn spullen draai me om… en loop recht in de armen van Joseph-Mark Cohen. Het plan is ècht bizar! Joseph-Mark heb ik afgelopen zomer in Engeland, of all places, leren kennen tijdens het Glastonbury Symposium. Na afloop van het symposium ben ik naar Tintagel vertrokken aan de kust in Cornwall. In alle rust zat ik daar aan in het hotel aan een kopje thee, waarop plotseling Joseph-Mark voor mijn neus staat, op zoek naar mij! Ik had hem niet verteld waar ik zou verblijven laat staan dat ik naar Tintagel zou gaan! Nu, in Caïro in een van de zeer vele hotels die deze miljoenen stad rijk is, staat hij weer voor mijn neus! Nu vraag ik je. Voor alle duidelijkheid, de man komt uit Canada! Ons weerzien is hartelijk en alhoewel ik van plan was naar mijn kamer te gaan, ga ik met hem mee naar het Indiaas restaurant om hem gezelschap te houden bij zijn maaltijd. Het is een bruisend samenzijn en ik lach wat af met deze bijzondere man, een kabbalistisch astroloog, maar ook een man met een buitengewoon gevoel voor humor. Tijdens het gebabbel krijg ik het beeld van hem en mij samen in de grote pyramide, waardoor onze toevallige ontmoeting betekenis krijgt. Ik leg het hem voor, hij blijft immers maar twee nachten in het hotel, maar hij stemt onmiddellijk in om samen de pyramide te bezoeken waarop ik Fergany bel om een en ander te regelen. Het beeld breidt zich uit en laat een beweging, een opening zien… geen idee nog waarvan of waarom. Zonder er erg in te hebben zijn we ondertussen de laatsten die het restaurant verlaten.

Geplaatst in Reisverslag Caïro | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen